Beste deelnemer, Welkom bij Stichting Pensioenfonds Lloyd’s Register Nederland! In dit Pensioen 1-2-3 leest u wat u wel en niet krijgt in onze pensioenregeling. Dat is belangrijk om te weten, bijvoorbeeld als u van baan verandert. Pensioen 1-2-3 bevat geen persoonlijke informatie over uw pensioen. Die vindt u wel op uw Uniform Pensioenoverzicht dat u jaarlijks van ons ontvangt. Op www.mijnpensioenoverzicht.nl vindt u een overzicht van al uw pensioen, inclusief AOW en pensioen van eventuele andere werkgevers.

Wat vindt u in laag 1, 2 en 3? Pensioen 1-2-3 bestaat uit 3 lagen. In de eerste laag leest u in het kort de belangrijkste informatie over uw pensioenregeling. In deze laag 2 vindt u meer informatie over alle onderwerpen uit laag 1. In laag 3 staan alle belangrijke documenten van het pensioenfonds zoals het pensioenreglement, het jaarverslag en de statuten.

  • Wat krijgt u in onze pensioenregeling?

    • Ouderdomspensioen
      Via uw werkgever neemt u deel in de pensioenregeling van Stichting Pensioenfonds Lloyd’s Register Nederland en bouwt u ouderdomspensioen op. Dat ouderdomspensioen gaat in als u 68 jaar wordt. Uw ouderdomspensioen is een aanvulling op de AOW. De AOW is het pensioen dat u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt.

      Hoeveel pensioen u straks ontvangt van het pensioenfonds is vooral afhankelijk van de hoogte van het salaris dat u heeft verdiend, de inhoud van de pensioenregeling waaraan u deelneemt en het aantal jaren dat u deelneemt. Het ouderdomspensioen wordt vanaf uw 68e jaar, of andere gekozen pensioendatum, maandelijks uitbetaald, zolang u leeft. De hoogte van het ouderdomspensioen staat op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      De pensioenregeling waaraan u deelneemt is een uitkeringsovereenkomst. Elk jaar bouwt u pensioen op over een deel van het bruto loon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele bruto loon pensioen op. Het pensioenfonds houdt namelijk al rekening met de AOW, die u van de overheid ontvangt als u de AOW-leeftijd bereikt. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’. Over het brutoloon minus de franchise bouwt u jaarlijks 1,875% aan ouderdomspensioen op.

      Stel: u verdient € 33.000 per jaar. De franchise is € 13.000. U bouwt in dat jaar 1,875% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 20.000. Dat is € 375 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele indexatie.

      Pensioen en deeltijd
      Als u in deeltijd werkt, is uw pensioenopbouw gekoppeld aan uw deeltijdpercentage. Als u bijvoorbeeld 60% van een volledig dienstverband werkt, is uw pensioenopbouw ook 60% van wat u bij een volledig dienstverband zou opbouwen. De precieze regels over de inhoud van uw pensioenregeling vind u in het pensioenreglement.

      Meer informatie
    • Partnerpensioen
      Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen op. Als u komt te overlijden, ontvangt uw partner van het pensioenfonds een partnerpensioen. Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen dat u zou krijgen als u tot pensionering bij het pensioenfonds pensioen zou opbouwen. Bij overlijden na pensionering krijgt uw partner 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen. Het partnerpensioen gaat in op de eerste dag volgend op de maand waarin u overlijdt en wordt maandelijks, levenslang aan uw partner uitgekeerd.

      De hoogte van het partnerpensioen staat vermeld op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Meer informatie vindt u in het pensioenreglement in laag 3.

      Als u overlijdt, heeft uw partner misschien recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid: de ANW-regeling. Hieraan zijn voorwaarden verbonden. Uw partner moet dan namelijk een of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Meer informatie hierover kunt u vinden op de website van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) www.svb.nl.

      Omdat lang niet iedereen voor een ANW-uitkering in aanmerking komt, biedt het pensioenfonds de mogelijkheid om een ANW-hiaatpensioen te verzekeren. Meer weten? Lees de folder.

      Meer informatie
    • Tijdelijk partnerpensioen
      Zolang u bij Lloyd’s Register Nederland B.V. of Lloyd’s Register EMEA werkt, is er voor uw partner ook een tijdelijk partnerpensioen verzekerd. Dit is een aanvulling op het levenslange partnerpensioen en wordt na uw overlijden maandelijks aan uw partner uitgekeerd tot uiterlijk de AOW-leeftijd van uw partner.

      Het tijdelijk partnerpensioen bedraagt 20% van het levenslang partnerpensioen. De aanspraak op tijdelijk partnerpensioen vervalt zonder waarde:

      • Bij beëindiging van uw dienstverband, anders dan door overlijden;
      • Bij scheiding, einde partnerschap;
      • Als uw ouderdomspensioen ingaat;
      • Uiterlijk op 68 jaar.
      Meer informatie
    • Wezenpensioen
      Naast uw ouderdomspensioen bouwt u ook wezenpensioen op. Als u komt te overlijden, ontvangen uw kinderen een wezenpensioen.

      Het wezenpensioen is 14% van het ouderdomspensioen dat u zou ontvangen als u tot uw pensionering bij het pensioenfonds pensioen zou opbouwen. Elk kind ontvangt wezenpensioen tot hij of zij 21 jaar is. Zolang het kind op school zit, studeert of invalide is, ontvangt het kind wezenpensioen uiterlijk tot hij of zij 27 jaar is.

      De hoogte van het wezenpensioen staat vermeld op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      Meer informatie
    • Arbeidsongeschiktheidspensioen
      Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt wordt, heeft u in aanvulling op de wettelijke arbeids­ongeschikt­heids­uitkering (IVA/WIA) recht op een arbeidsongeschiktheidspensioen van Stichting Pensioenfonds Lloyd’s Register Nederland. De hoogte van het aanvullend pensioen is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Indien u meer dan 80% arbeidsongeschikt bent, is de aanvulling 70% van uw salaris boven de salarisgrens voor de WIA-uitkering (€ 55.927,08 in 2019).

      Bij een mate van arbeidsongeschiktheid van is het uitkeringspercentage
      0 tot 35% 0%
      35 tot 45% 28%
      45 tot 55% 35%
      55 tot 65% 42%
      65 tot 80% 50,75%
      80% of meer 70%
      Meer informatie
    • Voortzetting pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid
      Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt bent, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid.

      Bij een mate van arbeidsongeschiktheid van bedraagt de voorzetting van de pensioenopbouw
      0 tot 35% 0%
      35 tot 45% 40%
      45 tot 55% 50%
      55 tot 65% 60%
      65 tot 80% 72,5%
      80% of meer 100%

      Als uw mate van arbeidsongeschiktheid wijzigt, verandert ook het percentage van de voortzetting van uw pensioenopbouw. De eigen premie die u betaalt, is afhankelijk van het voortzettingspercentage. Als dat bijvoorbeeld 60% is, dan hoeft u 60% van uw eigen premiebijdrage niet te betalen.

      De pensioenopbouw wordt gebaseerd op het salaris toen u ziek werd. Indien u in deeltijd werkte, geldt het deeltijdpercentage op het moment dat u arbeidsongeschikt werd. Het salaris waarop de pensioenopbouw wordt gebaseerd, wordt vervolgens jaarlijks verhoogd met het indexatiepercentage waarmee de pensioenen verhoogd worden van de deelnemers die niet meer in dienst zijn of pensioen ontvangen.
      De pensioenopbouw gaat door zolang u recht blijft houden op een WIA-uitkering, maar uiterlijk tot uw pensioendatum.

      Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV.

      Meer informatie
    • Pensioenreglement
      Wilt u precies weten wat onze pensioenregeling u biedt? Klik dan door naar het pensioenreglement in laag 3.

      Meer informatie
  • Wat krijgt u in onze pensioenregeling niet?

    • Geen tijdelijk partnerpensioen na uitdiensttreding
      De aanspraak op tijdelijk partnerpensioen is alleen verzekerd zolang u in dienst bent bij uw werkgever. Uw aanspraak op tijdelijk partnerpensioen vervalt zonder waarde:

      • Bij beëindiging van uw dienstverband, anders dan door overlijden;
      • Bij scheiding, einde partnerschap;
      • Als uw ouderdomspensioen ingaat;
      • Uiterlijk op 68 jaar.
      Meer informatie
    • Geen pensioenopbouw boven € 107.593
      De opbouw van pensioen gaat over een salaris tot maximaal € 107.593 (niveau 2019) per jaar. Heeft u een hoger salaris? Dan bouwt u over het deel boven € 107.593 geen pensioen op bij het pensioenfonds.

      Meer informatie

      Als u een salaris heeft boven de € 107.593, kunt u zich vrijwillig via uw werkgever (buiten het pensioenfonds om) aanvullend verzekeren voor partnerpensioen over het salaris boven € 107.593. Ook kunt u vrijwillig via uw werkgever (buiten het pensioenfonds om) ouderdomspensioen opbouwen over het salaris boven € 107.593. Neem voor de exacte regels en voorwaarden contact op met uw werkgever.

  • Hoe bouwt u pensioen op?

    • A. De Algemene Ouderdomswet (AOW)
      De AOW is het wettelijke pensioen van de overheid. U bouwt in 50 jaar AOW op. U bouwt alleen AOW op als u in Nederland woont en/of werkt. Op welke leeftijd u AOW krijgt, hangt af van uw geboortedatum. De AOW-leeftijd stijgt namelijk de komende jaren. Ook de hoogte is niet voor iedereen gelijk. De AOW-bedragen worden ieder jaar aangepast. Informatie over de AOW en uw AOW-leeftijd vindt u op www.svb.nl.

      Let op: heeft u niet altijd in Nederland gewoond of gewerkt? Dan kan uw AOW lager uitvallen.

      B. Het pensioen dat u via uw werk opbouwt
      De hoogte van dit pensioen vindt u op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Het UPO ontvangt u één keer per jaar zolang u pensioen opbouwt bij het pensioenfonds. Op het UPO staan het ouderdomspensioen dat u nu heeft opgebouwd én het pensioen op uw pensioendatum als u tot dat moment bij het pensioenfonds blijft opbouwen. Op het UPO vindt u ook gegevens van het partner- en wezenpensioen. Dat is pensioen voor uw partner en kinderen als u overlijdt.

      Kijk ook op www.mijnpensioenoverzicht.nl. Daar vindt u een overzicht van al het pensioen dat u heeft opgebouwd in de banen die u heeft gehad.

      C. De pensioenaanvulling waar u zelf voor zorgt
      U kunt zelf een aanvulling regelen op uw AOW en het pensioen dat u opbouwt via het pensioenfonds. Bijvoorbeeld via banksparen of door een verzekering - zoals een lijfrente - af te sluiten.

    • U bouwt pensioen op in een middelloonregeling
      Ieder jaar bouwt u pensioen op over een deel van het bruto loon dat u in dat jaar heeft verdiend. U bouwt niet over uw hele bruto loon pensioen op. Het pensioenfonds houdt namelijk rekening met de AOW die u van de overheid ontvangt als u met pensioen gaat. Het deel van uw loon waarover u geen pensioen opbouwt, heet ‘franchise’.

      Over uw bruto loon minus de franchise bouwt u jaarlijks 1,875% aan pensioen op. Het totale pensioen dat u zo opbouwt, is de optelsom van al die jaren plus de eventuele indexatie. Vanaf uw pensioendatum ontvangt u het pensioen elke maand zolang u leeft. Dit heet een middelloonregeling.

      Meer informatie
    • Opbouwpercentage
      U bouwt jaarlijks een deel van uw uiteindelijke pensioen op. Dat doet u niet over uw hele bruto jaarloon. Over de eerste € 13.785 bouwt u in 2019 geen pensioen op. Over het bruto jaarloon min het drempelbedrag bouwt u jaarlijks 1,875% aan pensioen op.

      Stel: u verdient € 33.000 per jaar. De franchise is € 13.000. U bouwt in dat jaar 1,875% ouderdomspensioen op over de pensioengrondslag van € 20.000. Dat is € 375 in dat jaar. Het ouderdomspensioen dat u bij pensionering ontvangt, is een optelsom van alle jaren plus de eventuele indexatie.

      Pensioen en deeltijd
      Als u in deeltijd werkt, is uw pensioenopbouw gekoppeld aan uw deeltijdpercentage. Als u bijvoorbeeld 60% van een volledig dienstverband werkt, is uw pensioenopbouw ook 60% van wat u bij een volledig dienstverband zou opbouwen. De precieze regels over de inhoud van uw pensioenregeling vind u in het pensioenreglement.

      Meer informatie
    • U en uw werkgever betalen beiden voor uw pensioen
      Voor de opbouw van uw pensioen betaalt u iedere maand premie, dit vindt u terug op uw loonstrook. In feite is de premie de prijs van uw pensioen. Als u op of na 1 januari 2018 in dienst bent getreden en deelnemer bent geworden bij ons pensioenfonds betaalt u per jaar in totaal 6% over de pensioengrondslag.
      Bent u al vóór 1 januari 2018 in dienst getreden dan betaalt u per jaar een ander percentage van de pensioengrondslag.

      Uitleg over deze overgangsregeling

      De pensioengrondslag is uw bruto jaarloon min het drempelbedrag van € 13.785 (in 2019). De overige premie en alle kosten van het pensioenfonds (met uitzondering van beleggingskosten) worden door de werkgever betaald. De premie die de werkgever betaalt staat niet op uw loonstrook, maar kunt u wel teruglezen in het jaarverslag in laag 3. De kosten om het vermogen te beleggen betaalt het pensioenfonds zelf. In ons jaarverslag kunt u alles lezen over de premie en de kosten van de pensioenregeling.

      Meer informatie
  • Welke keuzes heeft u zelf?

    • Andere werkgever en waardeoverdracht
      Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraagt u aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder.

      Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij het pensioenfonds en wordt het vanaf uw 68e, of een andere door u gekozen pensioendatum, aan u uitbetaald.

      Als u van werkgever verandert, betaalt u geen premie meer aan het pensioenfonds en gaat u verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.

      Meer informatie
    • Anw-hiaatverzekering
      Wilt u (alsnog) een Anw-hiaatverzekering afsluiten voor uw partner om een ‘Anw-gat’ te voorkomen? Kijk voor de mogelijkheden in onze folder.

      Hoe kan zo’n Anw-gat ontstaan? Als u overlijdt heeft uw partner in veel gevallen geen recht op een wettelijke nabestaandenuitkering van de overheid (de Anw-regeling). Hieraan zijn namelijk strenge voorwaarden verbonden. Om in aanmerking te komen voor een Anw-uitkering moet uw partner één of meer minderjarige kinderen te verzorgen hebben of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. En ook al heeft uw partner recht, de hoogte van de Anw-uitkering is inkomensafhankelijk. Lang niet iedereen komt dus voor een (volledige) Anw-uitkering in aanmerking, waardoor er een groot verschil kan ontstaan tussen het huidige inkomen van uw gezin en het inkomen na uw overlijden. Door aan Anw-hiaatverzekering bij het pensioenfonds af te sluiten, voorkomt u voor uw partner zo’n ‘Anw-gat’. Als uw partner voldoende eigen inkomen heeft, is dit wellicht niet nodig. Maar als uw partner financieel (grotendeels) van u afhankelijk is, kan het afsluiten van de aanvullende Anw-hiaatverzekering het overwegen waard zijn.

      Meer informatie
    • Pensioenregelingen vergelijken
      Wilt u uw pensioenregeling vergelijken? Gebruik dan de pensioenvergelijker.

      Meer informatie
    • Aparte pensioenregeling als u meer dan € 107.593 verdient
      U bouwt pensioen op over het salaris tot € 107.593 (niveau 2019). Verdient u meer, dan kunt u ervoor kiezen mee te doen aan een aparte pensioenregeling via uw werkgever. Deze aanvullende pensioenregeling loopt dus niet via het pensioenfonds. Neem voor de mogelijkheden contact op met uw werkgever.

      Meer informatie
    • Ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen
      Als u met pensioen gaat of uitdienst treedt, en er is te weinig partnerpensioen voor uw partner wanneer u overlijdt, dan kunt u een deel van uw ouderdomspensioen ruilen voor partnerpensioen. U krijgt dan een lager ouderdomspensioen. Maar uw partner krijgt dan wel een hoger pensioen van het pensioenfonds als u komt te overlijden. Na deze ruil mag het partnerpensioen niet meer dan 70% van het ouderdomspensioen bedragen.

      Er zijn twee momenten waarop u deze keuze kunt maken: bij uitdiensttreding en pensionering. Kijk voor meer informatie en de overige voorwaarden in het pensioenreglement in laag 3.

      Meer informatie
    • Partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen
      Naast ouderdomspensioen bouwt u ook partnerpensioen op. Er kunnen redenen zijn waarom u het partnerpensioen wilt ruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Misschien heeft uw partner zelf een goed pensioen, of misschien heeft u geen partner (meer). Als u met pensioen gaat, dan kunt u (een deel van) uw partnerpensioen ruilen voor ouderdomspensioen.

      Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u eenmaal gekozen heeft om te ruilen, kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Als u wél een partner heeft, moet hij/zij het wel eens zijn met deze keuze. Kijk voor meer informatie en de overige voorwaarden in het pensioenreglement in laag 3.

      Meer informatie
    • Deels met pensioen gaan
      In plaats van ineens met pensioen te gaan kun je er ook voor kiezen om een deel van je pensioen eerder in te laten gaan. Dit kan vanaf 55 jaar. Dat betekent dan wel dat het deel van het ouderdomspensioen dat je eerder laat ingaan lager wordt. Deeltijd met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt gedeeltelijk en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. Voor het deel dat je doorwerkt, bouw je tot je 68ste nog wel pensioen op. Kijk voor meer informatie en de overige voorwaarden in het pensioenreglement in laag 3.

      Meer informatie
    • Pensioen vervroegen
      In plaats van met pensioen te gaan op uw 68e, kunt u er voor kiezen om uw pensioen eerder in te laten gaan. Dat betekent wel dat uw ouderdomspensioen lager wordt. Eerder met pensioen gaan heeft dus financiële gevolgen. De pensioenopbouw stopt eerder en het ouderdomspensioen wordt verlaagd. U moet er ook rekening mee houden dat de AOW wellicht later ingaat dan uw vervroegde ouderdomspensioen. Kijk op www.svb.nl om te zien wanneer uw AOW ingaat. Kijk voor meer informatie en de overige voorwaarden in het pensioenreglement in laag 3.

      Meer informatie
    • Beginnen met een hoger pensioen
      U kunt vanaf 55 jaar de keuze maken om eerst een paar jaar een hoger ouderdomspensioen te ontvangen, en daarna een lager ouderdomspensioen. Vanaf dat tweede moment is uw ouderdomspensioen lager dan op uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) staat. Let op: dit is een eenmalige keuze! Als u hier eenmaal voor gekozen heeft, kan het niet meer ongedaan worden gemaakt. Kijk voor meer informatie en de overige voorwaarden in het pensioenreglement in laag 3.

      Meer informatie
  • Hoe zeker is uw pensioen?

    • Welke risico’s zijn er?
      De opbouw en uitbetaling van pensioen gaan over een heel lange periode. Vanaf de start van de opbouw tot de laatste pensioenbetaling kan wel eens 80 jaar zitten. In zo’n periode verandert de wereld waardoor er risico’s kunnen ontstaan die uw pensioen bedreigen. De risico’s leiden mogelijk tot een tekort.

      Ons pensioenfonds heeft te maken met onder meer de volgende risico’s:

      • Mensen worden gemiddeld steeds ouder. Als deelnemers gemiddeld ouder worden, moet hun pensioen langer worden uitbetaald. Het pensioenfonds moet dan meer geld hebben dan waar eerst op werd gerekend.
      • De rentestand beïnvloedt de waarde van de pensioenen. Pensioenfondsen maken van tevoren een inschatting van het geld dat ze nodig hebben om de pensioenen te kunnen uitbetalen. Hoe lager de rente is, hoe meer geld wij als pensioenfonds ‘in kas’ moeten hebben om later alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Als de rente langdurig laag blijft, maakt dat de pensioenen dus duur.
      • Ook de beleggingsresultaten kunnen tegenvallen. Daarom zorgt het pensioenfonds ervoor dat de beleggingen gespreid worden over meerdere beleggingssoorten. Winst op een belegging kan verlies op een andere belegging goedmaken.

      Er zijn nog meer risico’s waar het pensioenfonds rekening mee moet houden om uw pensioen zo goed mogelijk te beschermen. Het pensioenfonds moet die risico’s dus letterlijk ‘managen’. Meer informatie over het risicomanagement van Stichting Pensioenfonds Lloyd’s Register Nederland leest u in het jaarverslag in laag 3.

      Meer informatie

      Dekkingsgraad
      Vanaf 2015 moeten pensioenuitvoerders bij beleidsbeslissingen gebruikmaken van de zogenoemde beleidsdekkingsgraad. De beleidsdekkingsgraad is onder meer van belang bij besluiten van het bestuur die gaan over het verlenen van indexatie. Ook is de beleidsdekkingsgraad een belangrijke graadmeter voor de vraag of het pensioenfonds genoodzaakt is de pensioenen te verlagen. Als de beleidsdekkingsgraad van het pensioenfonds lager is dan 100% dan mag het pensioenfonds niet meewerken aan individuele waardeoverdrachten. De beleidsdekkingsgraad is het gemiddelde van de dekkingsgraden van de laatste twaalf maanden.

      Meer informatie
    • Waardevast pensioen
      Normaal gesproken wordt geld elk jaar iets minder waard. U kunt met hetzelfde bedrag in 2018 iets minder kopen dan in 2017. Dat heet ‘inflatie’. Vanwege de inflatie probeert het pensioenfonds uw opgebouwde pensioen jaarlijks te indexeren. Dat wil zeggen dat het opgebouwde pensioen jaarlijks wordt verhoogd met de algemene prijsstijging. Wij noemen dit een waardevast pensioen. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat het pensioenfonds niet of niet volledig kan indexeren. Dat betekent dan dat uw pensioen minder waard wordt. Als het daarna financieel meezit, kan het pensioen eventueel extra worden geïndexeerd om koopkracht te herstellen.

      De afgelopen jaren zijn de pensioenen per 1 januari voor deelnemers als volgt geïndexeerd:


      Jaar Indexatie Stijging van de prijzen *
      2019 0,00% 1,88%
      2018 0,00% 1,45%
      2017 1,88% 0,07%
      * De cijfers over stijging van de prijzen zijn gebaseerd op cijfers van het CBS

      Tot 1 januari 2018 stegen de pensioenen van de werknemers met de stijging van de lonen. Als u al werknemer was bij Lloyd’s Register Nederland B.V. of Lloyd’s Register EMEA vóór 1 januari 2018 én u bent nu nog steeds werknemer dan geldt voor u een overgangsregeling voor de indexatie.

      Meer uitleg over deze tijdelijke indexatie
    • Als er een tekort is
      Het kan gebeuren dat het pensioenfonds ondanks alle voorzorgen toch geld tekort komt om op de lange termijn alle pensioenen te kunnen uitbetalen. Dan moet er iets gebeuren. De werkgever stort geen geld bij als er een tekort is. Als het pensioenfonds een tekort heeft, moeten wij het pensioen dat u tot nu toe hebt opgebouwd verlagen. Wij doen dit alleen in het uiterste geval

      Voor Stichting Pensioenfonds Lloyd’s Register Nederland is er sinds 2015 een herstelplan van kracht waarin we aangeven welke maatregelen we nemen om het vermogen binnen 10 jaar weer op het vereiste niveau te brengen. In 2018 is het herstelplan geactualiseerd.

      Meer informatie
  • Welke kosten maken wij?

    • Het pensioenfonds maakt verschillende kosten om de pensioenregeling uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan kosten voor de administratie. Daar vallen de kosten voor de uitbetaling van de pensioenen en het innen van de premies onder. Ook maken wij kosten voor de communicatie, bijvoorbeeld voor het maken en onderhouden van de website en het verzenden van het Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Verder heeft het pensioenfonds adviseurs en wordt het jaarverslag gecontroleerd door een accountant en een actuaris. Een onderdeel van de pensioenpremie die door de werkgever en werknemers betaald wordt, is bestemd voor het betalen van deze kosten. Hierdoor komen deze kosten niet ten laste van het vermogen van het pensioenfonds.

      Daarnaast zijn er de kosten om het vermogen te beheren. Beleggen van het vermogen kost geld. Wij betalen bijvoorbeeld de partijen waaraan wij vragen om het vermogen te beleggen. Ook maken wij transactiekosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die de beurs in rekening brengt bij de aankoop of verkoop van aandelen of obligaties. De kosten om het vermogen te beheren betaalt het pensioenfonds zelf en komen ten laste van het rendement van het pensioenfonds. In het jaarverslag vindt u meer informatie over de kosten van het pensioenfonds.

      Meer informatie
  • Wanneer moet u in actie komen?

    • Als u verandert van pensioenuitvoerder
      Op dit moment is Stichting Pensioenfonds Lloyd’s Register Nederland uw pensioenuitvoerder. Als u van werkgever verandert en daardoor naar een andere pensioenregeling gaat, kunt u ervoor kiezen om uw opgebouwde pensioen mee te nemen. We noemen dat waardeoverdracht. Dat vraagt u aan bij uw nieuwe pensioenuitvoerder. Laat u hier vooraf goed over informeren. Of waardeoverdracht een goede keuze is, hangt onder andere af van de financiële situatie van uw huidige en van uw nieuwe pensioenuitvoerder.

      Als u besluit geen waardeoverdracht aan te vragen, dan blijft uw pensioen staan bij het pensioenfonds en wordt het vanaf uw 68ste jaar, of een eerdere door u gekozen pensioendatum, aan u uitbetaald.

      Als u van werkgever verandert, betaalt u geen premie meer aan Stichting Pensioenfonds Lloyd’s Register Nederland en gaat u verder met pensioen opbouwen in de regeling van uw nieuwe werkgever.

      Meer informatie
    • Als u arbeidsongeschikt wordt
      Als u voor meer dan 35% arbeidsongeschikt wordt, heeft u recht op (gedeeltelijke) voortzetting van uw pensioenopbouw zonder dat u daar zelf nog premie voor betaalt. Deze premievrije pensioenopbouw is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Daarnaast heeft u recht op een aanvulling op de wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering (IVA/WIA), het arbeidsongeschiktheidspensioen van het pensioenfonds. De hoogte van het aanvullend pensioen is afhankelijk van de mate van uw arbeidsongeschiktheid. Indien u meer dan 80% arbeidsongeschikt bent, is de aanvulling 70% van uw salaris boven de salarisgrens voor de WIA-uitkering (€ 55.927,08 in 2019).

      Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw arbeidsongeschiktheid voor uw pensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt automatisch door het UWV.

      Meer informatie
    • Als u gaat trouwen, samenwonen of een geregistreerd partnerschap aangaat
      Trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan is voor uw pensioenregeling hetzelfde. U moet dan goed op uw Uniform Pensioenoverzicht kijken op welke partnerpensioen uw partner bij uw overlijden recht heeft. Vindt u dat het partnerpensioen bij het pensioenfonds, tezamen met eventuele andere pensioenregelingen, te laag is, zorg dan dat u iets extra’s regelt. Uw partner heeft alleen recht op partnerpensioen als u vóór de pensioendatum bent getrouwd of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan.

      Let op: als u ongehuwd samenwoont, heeft uw partner niet automatisch recht op partnerpensioen bij uw overlijden. Om uw partner daarvoor in aanmerking te laten komen, moet u aan bepaalde voorwaarden voldoen, bijvoorbeeld een notarieel samenlevingscontract hebben. Een kopie van dat contract moet u opsturen naar het pensioenfonds. Kijkt u voor de exacte voorwaarden in het pensioenreglement of neem contact met ons op.

      Meer informatie
    • Als u gaat scheiden of het samenwonen of geregistreerd partnerschap beëindigt
      Bij (echt)scheiding of beëindiging van het geregistreerd partnerschap heeft uw ex-partner recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u opbouwde tijdens het huwelijk / de periode van het geregistreerd partnerschap. U kunt met uw ex-partner afwijkende afspraken maken. Deze afspraken moeten worden vastgelegd in het scheidingsconvenant. Om ervoor te zorgen dat de ex-partner een deel van het ouderdomspensioen ontvangt, moet u of uw ex-partner binnen twee jaar het pensioenfonds op de hoogte stellen van de scheiding en de eventuele afwijkende afspraken.

      Let op: het recht op een deel van het ouderdomspensioen geldt niet voor ongehuwd samenwonenden. Ongehuwd samenwonenden moeten zelf afspraken maken over de verdeling van het pensioen.

      Uw ex-partner heeft ook recht op het partnerpensioen dat u opbouwde tot de datum van scheiding, beëindiging geregistreerd partnerschap of het einde van het samenwonen. Beëindiging van een huwelijk of geregistreerd partnerschap vernemen wij via de gemeente. Als ongehuwd samenwonende dient u de beëindiging van de samenleving zelf aan het pensioenfonds door te geven. Ook als uw ex-partner afstand doet van het recht op partnerpensioen, dan moet u het pensioenfonds informeren. De afwijkende afspraak over het partnerpensioen moet zijn opgenomen in een (scheidings)convenant dat door beide ex-partners is ondertekend. Het pensioenfonds beoordeelt zelf of het aan de afwijkende afspraak meewerkt. Pas als de afspraak door het pensioenfonds schriftelijk is bevestigd, is deze geldig.

      Meer informatie
    • Als u verhuist naar het buitenland
      Meld dit aan het pensioenfonds en bespreek wat de gevolgen zijn voor uw pensioen. Zorg dat het pensioenfonds altijd op de hoogte blijft van uw adres, ook als u binnen het buitenland opnieuw verhuist. Wij kunnen het pensioen alleen aan u uitbetalen als wij uw verblijfadres weten.

      Informatie over de gevolgen voor de AOW vraagt u aan bij de Sociale Verzekeringsbank. Of kijk op www.svb.nl.

      Meer informatie
    • Als u werkloos wordt
      Als u werkloos wordt, stopt de pensioenopbouw. Het is belangrijk dat u de gevolgen van uw werkloosheid voor uw ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen in kaart brengt. U hoeft ons niet zelf te informeren over uw werkloosheid. Dat gebeurt automatisch via uw werkgever.

      Meer informatie
    • Als u meer of minder gaat werken
      Als u fulltime werkt en u minder gaat werken, heeft dat gevolgen voor uw pensioenbouw. Dat is ook het geval als u nu parttime werkt en meer uren gaat werken. Gaat u bijvoorbeeld van een fulltime dienstverband naar een dienstverband van 50%, dan wordt uw pensioenopbouw ook 50% van wat u op basis van een fulltime dienstverband zou opbouwen. Werkte u eerst voor 40% en gaat u later 80% werken, dan gaat de deeltijdfactor van uw pensioenopbouw dus omhoog van 40% naar 80%. Als u minder gaat werken, moet u zich er dus goed van bewust zijn dat u dan minder pensioen opbouwt dan eerst.

      Meer informatie
    • Mijnpensioenoverzicht.nl
      Bekijk eens per jaar hoeveel pensioen u in totaal heeft opgebouwd op www.mijnpensioenoverzicht.nl.

      Meer informatie
    • Als u gebruik wilt maken van een keuzemogelijkheid
      De keuzemogelijkheden vindt u onder ‘Welke keuzes heeft u zelf?’ Let op: een gemaakte keuze kan niet meer worden teruggedraaid. Laat u dus goed informeren voor u kiest.

      Meer informatie
    • Als u vragen heeft
      Neem contact met ons op als u vragen heeft of gebruikmaakt van de actie- en/of keuzemogelijkheden.

  • Overgangsregelingen

    • Premiebijdrage deelnemers in dienst vóór 1 januari 2018
      Als u tot 1 januari 2018 deelnam aan de eindloonregeling van Lloyd’s Register Nederland B.V. of Lloyd’s Register EMEA, dan is uw premiebijdrage 0% van de pensioengrondslag. De eindloonregeling was van toepassing op werknemers die al vóór 1 april 2003 werknemer waren.

      Bent u op of na 1 april 2003 maar wel vóór 1 januari 2018 in dienst getreden bij Lloyd’s Register Nederland B.V. of Lloyd’s Register EMEA, dan nam u tot 1 januari 2018 deel aan de middelloonregeling. Dan is uw premiebijdrage vanaf 2018 afhankelijk van:

      • de indiensttredingsdatum, én
      • het kalenderjaar.

      De premiebijdrage is een percentage van de pensioengrondslag en is als volgt:


        Indiensttreding
        vóór 2016 2016 2017
      Eigen bijdrage in: 2018 0,0% 1,2% 2,3%
      Eigen bijdrage in: 2019 0,0% 1,2% 2,3%
      Eigen bijdrage in: 2020 en verder 3,5% 3,5% 3,5%
    • Tijdelijke indexatie: deelnemers in dienst vóór 1 januari 2018
      In de pensioenregeling is de jaarlijkse indexatie (verhoging) van uw pensioen afhankelijk van financiële middelen van het pensioenfonds. Als het financieel tegenzit, kan het zo zijn dat het pensioenfonds niet of niet volledig kan indexeren.

      In verband met de wijziging van de pensioenregeling per 1 januari 2018 stort de werkgever in 2018 tot en met 2024 gelden in een apart fonds. Als u al vóór 1 januari 2018 werknemer was bij Lloyd’s Register Nederland B.V. of Lloyd’s Register EMEA, dan ontvangt u gedurende uw dienstverband jaarlijks uit dit fonds een indexatie:

      • in de jaren 2018 tot en met 2024: 1,5%;
      • vanaf 2025: 2,5% per jaar.

      De indexatie zal echter nooit hoger zijn dan de algemene loonstijging.

      Als het vermogen in het aparte fonds op is, stopt ook deze tijdelijke indexatie. Vanaf dat moment wordt uw pensioen geïndexeerd uit de middelen van het pensioenfonds.

      Meer informatie hierover vindt u in het pensioenreglement.

Benieuwd naar uw totale pensioen? Kijk op www.mijnpensioenoverzicht.nl