Hoe is onze financiële positie?

De financiële positie van het pensioenfonds wordt uitgedrukt in een dekkingsgraad. De dekkingsgraad geeft aan wat de verhouding is tussen de bezittingen en de verplichtingen van het pensioenfonds. De bezittingen zijn vooral de beleggingen van het fonds. Het betalen van pensioenen nu en in de toekomst noemen we de verplichtingen. Bij een dekkingsgraad van 100% heeft het pensioen­fonds precies genoeg bezittingen om nu en in de toekomst alle pensioenen te kunnen betalen. Hoe hoger de dekkingsgraad, hoe beter, want bij een hogere dekkingsgraad heeft het pensioenfonds meer buffer om toekomstige tegenvallers op te kunnen vangen.

Het pensioenfonds moet verschillende dekkingsgraden berekenen. Hieronder leggen wij uit welke dekkingsgraden dit zijn en wat ze betekenen.

Actuele dekkingsgraad

De actuele dekkingsgraad geeft de financiële positie op één moment weer. Op 31 augustus 2019 was de actuele dekkingsgraad 91,5%. Dit betekent dat de waarde van de bezittingen (voornamelijk de beleggingen) van het pensioenfonds per 31 augustus 2019 lager was dan de waarde van de pensioenverplichtingen. Met andere woorden er zijn eind augustus 2019 geen buffers om toekomstige tegenvallers op te vangen.

Beleidsdekkingsgraad

De beleids­dekkings­graad is het gemiddelde van de actuele dekkingsgraden van de laatste twaalf maanden. Op 31 augustus 2019 was de beleids­dekkings­graad 102,6%. De actuele dekkingsgraden van de afgelopen 12 maanden ziet u in de tabel rechts naast deze tekst. Voor beleidsbeslissingen (bijvoorbeeld het toekennen van indexatie) moet het pensioenfonds kijken naar de beleids­dekkings­graad. Onder een beleids­dekkings­graad van 110% mag het fonds niet indexeren. Tussen 110% en circa 119% mag het fonds gedeeltelijk indexeren en als de beleids­dekkings­graad boven circa 119% komt, mag het fonds geheel indexeren. De uiteindelijke beslissing of een indexatie wordt toegekend ligt bij het bestuur, er bestaat geen recht op indexatie. Het bestuur kan ook andere overwegingen meenemen in haar besluit. Voor de volledigheid merken wij op dat voor werknemers die reeds vóór 1 januari 2018 in dienst waren een overgangsregeling geldt.

Kritische en vereiste dekkingsgraad

Onder het kopje ‘actuele dekkingsgraad’ staat dat het pensioenfonds op dit moment geen buffer heeft. Volgens de regels van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) moet er een buffer van minimaal 20% zijn. Dit betekent een dekkingsgraad van minimaal 120%*, dit wordt de vereiste dekkingsgraad genoemd.

Actuele dekkingsgraden
September 2018111,2%
Oktober 2018107,0%
November 2018106,8%
December 2018102,0%
Januari 2019103,3%
Februari 2019105,2%
Maart 2019103,0%
April 2019104,4%
Mei 201999,5%
Juni 201999,4%
Juli 201997,5%
Augustus 201991,5%
 
Gemiddelde102,6%

Omdat de actuele dekkingsgraad volgens de regels op dit moment te laag is, is er sprake van een ‘tekort’ en heeft het pensioenfonds een herstelplan moeten opstellen en ingediend bij DNB. U kunt het herstelplan lezen bij documenten. Met het herstelplan toont het pensioenfonds aan dat het binnen 10 jaar weer op een dekkingsgraad van 120% komt.

Het pensioenfonds heeft ook uitgerekend bij welke dekkingsgraad het niet meer mogelijk is om (zonder extra maatregelen zoals bijvoorbeeld het korten van pensioen) naar een dekkingsgraad van 120% te groeien. Als de actuele dekkingsgraad lager is dan circa 95%* dan lukt dat niet meer. Daarom wordt 94% de kritische dekkingsgraad genoemd. Als de actuele dekkingsgraad aan het einde van een jaar lager is dan 95% is er een ‘kritieke situatie’ en zal het fonds maatregelen moeten nemen, zoals bijvoorbeeld het korten van pensioen. Op dit moment is de actuele dekkingsgraad lager dan de kritieke dekkingsgraad.
Zie ons nieuwsbericht: Kans op verlaging van het pensioen.

Verder is wettelijk bepaald dat de beleids­dekkings­graad niet langer dan 5 jaar onder de minimaal vereiste dekkingsgraad van 104,1% mag liggen. Als dat wel het geval is zal het fonds ook in die situatie extra maatregelen moeten treffen. Dit is in de huidige situatie niet aan de orde.

* Afhankelijk van de rente en de beleggingsmix kunnen deze grenzen wijzigen.